Vroeger moest je altijd je telefoon uitzetten in het ziekenhuis omdat het signaal de apparatuur kon verstoren. Is dat nog steeds zo?
Tijdens de opkomst van mobiele telefoons waren er veel zorgen over telefoongebruik in het ziekenhuis, omdat telefoons dezelfde draadloze frequenties gebruiken als medische apparatuur. In 2004 zagen onderzoekers bijvoorbeeld dat 4 procent van de apparaten storingsgevoelig was en daardoor problemen kon ondervinden.
Daar hoort wel de kanttekening bij dat de mobiele telefoon bij veel van deze onderzoeken vrij dicht bij het medische apparaat werd gehouden. In het hierboven genoemde onderzoek ontstonden de problemen pas als de telefoon binnen een meter van een medisch apparaat was.
Bij een tweede onderzoek, dat in 2007 in Nederland werd gehouden, ontstonden de problemen doorgaans bij zo’n 3 centimeter. Loop je in de hal van een ziekenhuis, dan is de kans dus erg klein dat jouw mobiele signaal door de muren boort en apparaten in de kamers verstoort.
Lees ook:
Erg klein risico
In latere jaren concludeerde de Amerikaanse Mayo Clinic dan ook dat mobiel bellen gewoon veilig is in het ziekenhuis. Inmiddels wordt nog maar weinig gevraagd of je bij een bezoek je telefoon wil uitschakelen. Zolang die niet vlak naast een apparaat ligt van iemand die zich in levensgevaar bevindt, zijn de risico’s klein.
Toch loont het nog altijd om voorzichtig te zijn: de frequenties waar mobiele telefoons in 2004 op konden storen, worden in moderne toestellen nog steeds gebruikt. Veel medische apparatuur kan inmiddels wel beter omgaan met signaalstoring, maar je weet nooit zeker of dat ook geldt voor de apparatuur in het ziekenhuis waar jij bent. Bij twijfel kun je daarom het beste even aan het ziekenhuispersoneel vragen wat op die locatie verstandig is.
Deze vraag kon je vinden in KIJK 9/2024.
Ook een vraag voor de rubriek ‘KIJK Antwoordt’? Mail hem naar info@kijkmagazine.nl. En in onze special geven we antwoord op 172 bijzondere, verrassende en boeiende vragen! Bestel hem hier! Of eenvoudig via de knop hieronder.
Tekst: Bastiaan Vroegop
Beeld: Riou/Getty Images